Het rijden op een bestel- of vrachtauto(combinatie) is voor
bepaalde activiteiten van de Europese Rij- en rusttijdenverordening
561/2006 uitgezonderd. Dit vanwege de hulpverleningstaak die deze
diensten moeten uitvoeren of omdat het hier geen commercieel
goederenvervoer betreft. Valt een bestuurder onder één van de
uitzonderingen, dan gelden de normen van de Arbeidstijdenwet en
eventueel de afwijkingen daarvan in het Arbeidstijdenbesluit.
Verder geldt dat deze voertuigen ook zijn uitgezonderd van
installatie en het gebruik van de (digitale) tachograaf.
-
Voertuigen waarvan de toegestane maximumsnelheid niet meer dan
40 km per uur bedraagt;
-
Voertuigen van, of zonder bestuurder gehuurd door, de
strijdkrachten, civiele bescherming, brandweer en korpsen voor de
handhaving van de openbare orde voorzover het vervoer plaatsvindt
in het kader van de taak waarmee deze organen zijn belast en onder
hun controle valt;
-
Voertuigen, met inbegrip van voertuigen gebruikt bij
niet-commerciële vervoersoperaties met betrekking tot humanitaire
hulp, die gebruikt worden in noodsituaties of voor
reddingsoperaties;
-
Speciaal voor medische doeleinden gebruikte voertuigen;
-
Voertuigen die speciaal zijn uitgerust voor reparaties en
wegslepen, binnen een straal van 100 km rond hun standplaats;
-
Voertuigen die op de weg worden beproefd met het oog op de
technische ontwikkeling, reparatie of onderhoud, en nieuwe of
vernieuwde voertuigen die nog niet in gebruik zijn genomen;
-
Voertuigen of een combinatie van voertuigen die worden gebruikt
voor niet-commercieel goederenvervoer en waarvan de toegestane
maximummassa niet meer dan 7,5 ton bedraagt;
-
Commerciële voertuigen die krachtens de wetgeving van de
lidstaat waar ermee wordt gereden een historisch statuut hebben, en
die voor niet-commercieel vervoer van personen of goederen worden
gebruikt.
Lidstaten mogen bepaalde activiteiten of branches van de rij- en
rusttijdenregels van EG verordening 561/2006 uitzonderen. Dit
vanwege de aard van het bedrijf en het beperkte vervoersbelang van
deze bedrijven. De werknemers die werkzaam zijn bij deze bedrijven
hebben wel te maken met de arbeids- en rusttijdregels van het
Arbeidstijdenbesluit vervoer, maar niet met de rijtijd, pauze in
rijtijd en rusttijdnormen.
-
Voertuigen van, of zonder bestuurder gehuurd door, de overheid
voor wegvervoer dat de particuliere vervoersondernemingen niet
beconcurreert;
-
Voertuigen voor goederenvervoer van, of zonder bestuurder
gehuurd door landbouw-, tuinbouw-,hoveniers-, bosbouw-, veeteelt of
visserijbedrijven die in het kader van hun eigen bedrijvigheid
worden gebruikt voor ritten binnen een straal van 100 km rond de
vestigingsplaats van het bedrijf;
-
Land- en bosbouwtrekkers die worden gebruikt voor land- of
bosbouwwerkzaamheden, binnen een straal van 100 km rond de
vestigingsplaats van het bedrijf dat deze voertuigen bezit, huurt
of least;
-
Voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestane
maximummassa van ten hoogste 7.500 kg, die in Nederland materiaal,
apparatuur of machines vervoeren die de bestuurder beroepshalve
gebruikt als wel voor het vervoer van goederen die voor of door het
eigen bedrijf worden gebruikt. Op voorwaarde dat dit vervoer niet
de hoofdactiviteit van de bestuurder is. In de handhaving geldt dat
een bestuurder vervoer niet als hoofdactiviteit heeft als hij kan
aantonen per week minder dan 12 uur op zo'n voertuig te rijden;
-
Voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestaan
maximummassa van ten hoogste 7,500 kg, die worden gebruikt:
- Door leveranciers van de universele dienst als gedefinieerd in
artikel 2, onder 13, van Richtlijn 97/67/EG betreffende
gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt
voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de
kwaliteit van de dienst voor het bezorgen van goederen in het kader
van de universele dienst; of
- Voor het dragen van materiaal, apparatuur of machines die de
bestuurder beroepshalve gebruikt. Deze voertuigen mogen alleen
binnen een straal van 50 km rond de vestigingsplaats van het
bedrijf worden gebruikt en op voorwaarde dat dit vervoer niet de
hoofdactiviteit van de bestuurder is;
-
Voertuigen die worden gebruikt voor autorijlessen en -examens
met het oog op het verkrijgen van een rijbewijs of een
getuigschrift van vakbekwaamheid, op voorwaarde dat deze voertuigen
niet worden gebruikt voor het commerciële vervoer van goederen of
personen;
-
Voertuigen die worden gebuikt in verband met de
rioleringsdienst, diensten ter bescherming tegen overstromingen,
diensten met betrekking tot de water-, gas- of
electriciteitsvoorziening, aanleg en onderhoud van en toezicht op
wegen, de ophaaldienst voor huishoudelijk afval en de verwijdering
ervan, diensten van telegrafie en telefonie, radio- en televisie
uitzendingen, evenals voor de opsporing van zend- of
ontvangstapparatuur voor radio en televisie;
-
Speciaal voor het vervoer van circus- of kermismateriaal
uitgeruste voertuigen;
-
Speciaal uitgeruste voertuigen voor mobiele projecten
(bijvoorbeeld rijdende bibliotheken, rijdende schooltandartsen en
specifieke voertuigen die worden ingezet als podia bij
sportevenementen), die geen gebruiksdoel kennen dat is gericht op
het vervoer van goederen van A naar B, op voorwaarde dat het
vervoer niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is
-
Marktkoopwagens, waarvan het gebruiksdoel is gericht op het
verkopen van de vervoerde goederen vanuit het betreffende voertuig
op de plaatselijke markt, op voorwaarde dat het vervoer niet de
hoofdactiviteit van de vervoerder is;
-
Voertuigen die worden gebruikt als rijdende werktuigen en
werkplaatsen, op voorwaarde dat het vervoer niet de hoofdactiviteit
van de vervoerder is.
-
Voertuigen voor het ophalen van melk op boerderijen en het
terugbrengen van melkbussen of zuivelproducten voor de veevoeding
naar boerderijen;
-
Speciaal voor geld- en/of waardetransporten uitgeruste
voertuigen;
-
Voertuigen gebruikt voor het vervoer van niet voor menselijke
consumptie bestemde geslachte dieren of slachtafvallen;
-
Vervoer voor zover het betreft voertuigen binnen hubfaciliteiten
(zoals havens, intermodale overslagcentra en spoorwegterminals),
voor zover dit vervoer binnen een straal van 5 kilometer
plaatsvindt;
-
Voertuigen die voor het vervoer van levende dieren van de
boerderijen naar de plaatselijke markten en omgekeerd of van de
markten naar de plaatselijke slachthuizen gebruik worden binnen een
straal van ten hoogste 50 km.